Algemene voorwaarden
Algemene voorwaarden
Preambule
De onderstaande Algemene Voorwaarden (AV) gelden voor alle overeenkomsten die de Luibl Rental GmbH, vertegenwoordigd door zaakvoerder Karl Bauer, Regensburger Str. 61, 94036 Passau – hierna: LUIBL of verhuurder – sluit met professionele (ondernemer in de zin van § 14 lid 1 BGB) of particuliere (consument in de zin van § 13 BGB) klanten – hierna: huurder of klant.
Afwijkende voorwaarden van de huurder zijn in zoverre niet van toepassing. De geldigheid van deze AV is onafhankelijk van het concrete huurgoed en de respectieve plaats van uitvoering/inzet. Bij B2B-transacties gelden deze AV voor de volledige duur van de zakelijke relatie, dus ook voor eventuele vervolgtransacties – in zoverre ook ongeacht de vorm waarin deze worden gesloten (mondeling, telefonisch, elektronisch).
Deze AV zijn raadpleegbaar op de homepage van LUIBL onder www.luibl.eu. Ze gelden ook als overeengekomen wanneer ze niet op papier samen met het respectieve huurcontract werden overhandigd.
Deel I
Algemene bepalingen: kosten / terbeschikkingstelling van het huurgoed / verplichtingen van de
huurder en verhuurder / aansprakelijkheid / aansprakelijkheidsbeperkingen
1. Algemeen over de opdracht / kosten / prijzen / betaling / overdracht
1.1. Alle door LUIBL opgestelde offertes en kostenramingen zijn vrijblijvend en niet bindend, tenzij uitdrukkelijk anders verklaard. In het bijzonder verbindt LUIBL zich door een offerte er niet toe het daarin naar merk en model aangeduide toestel voor een bepaalde periode beschikbaar te houden.
1.2. De overeenkomst komt pas tot stand doordat de aanvraag van de huurder tot het sluiten van een huurovereenkomst in de regel door de opdrachtbevestiging van LUIBL wordt aanvaard. LUIBL heeft het recht de opdracht ook zonder opgave van redenen te weigeren. De aanvaarding van een offerte door de huurder – ongeacht de vorm (schriftelijk, fax, e-mail, mondeling of anders) – is voor deze onherroepelijk.
1.3. Indien de klant het huurgoed in een bepaalde uitvoering nodig heeft, moet hij de betreffende uitvoering en/of de technische gegevens uitdrukkelijk vooraf – uiterlijk met zijn op het sluiten van de overeenkomst gerichte aanvraag – schriftelijk vermelden. Indien de huurder hierover geen concrete gegevens verstrekt, is LUIBL gerechtigd ook een vergelijkbaar huurgoed aan de klant te leveren, voor zover het gebruiksdoel van het huurgoed daardoor niet wordt aangetast.
1.4. Medewerkers van LUIBL die geen wettelijke vertegenwoordigers zijn of aan wie geen volmacht of individuele procuratie werd verleend, zijn niet vertegenwoordigingsbevoegd en dienovereenkomstig niet gemachtigd om rechtsgeldige verklaringen in naam van LUIBL af te leggen of te ontvangen, of deze voorwaarden te wijzigen of ervan af te wijken. LUIBL heeft te allen tijde het recht een wilsverklaring die door een vertegenwoordiger zonder vertegenwoordigingsbevoegdheid werd afgelegd, te herroepen of goed te keuren. Dit geldt overeenkomstig voor vervoerders of andere derden die door LUIBL in verband met de huurovereenkomst werden ingeschakeld. Eventuele schade hieruit komt ten laste van de huurder.
1.5. Voor zover prijsbepalende factoren tijdens de onderhandelingen over het sluiten van een huurovereenkomst daartoe aanleiding geven, is LUIBL te allen tijde gerechtigd de contractprijs dienovereenkomstig aan te passen.
1.6. Bij langlopende huurovereenkomsten van meer dan één maand is LUIBL gerechtigd de contractprijs aan te passen, voor zover de berekeningsgrondslagen wezenlijk zijn gewijzigd. Hiervoor moet LUIBL de huurder een prijsverhoging aan de hand van de interne calculatie aantonen. Een aanpassing van de prijzen aan het door de Bundesbank vastgestelde inflatiepercentage is mogelijk vanaf een stijging van het percentage met meer dan 2%.
Indien LUIBL de calculatie niet openbaar maakt, hebben de partijen een opzeggingsrecht, voor zover de partijen bij voorafgaand te voeren onderhandelingen over de prijsaanpassing geen overeenstemming bereiken.
1.7. De dagelijkse huurprijzen gelden – tenzij anders overeengekomen – van maandag tot vrijdag en zijn in principe gebaseerd op 8 uur ploegtijd. De weekprijzen zijn dienovereenkomstig gebaseerd op 5 dagen van 8 uur ploegtijd. Een overschrijding van de dagelijkse ploegtijd tot max. 9 uur wordt door LUIBL uit coulance gedoogd. De gebruikelijke inzettijd ligt tussen 07.00 uur en 17.00 uur. De week- en maandprijzen worden in de regel berekend op basis van de overeengekomen dagelijkse ploegtijd. De uurprijs is gelijk aan de dagelijkse huurprijs gedeeld door 8 uur. De dagelijkse huurprijs is gelijk aan de weekprijs gedeeld door 5 dagen.
1.8. Tijden die de onder punt 1.6. genoemde tijden overschrijden of ervan afwijken, moeten bij het sluiten van de huurovereenkomst met LUIBL worden afgestemd. LUIBL is in dat geval gerechtigd de huurprijs overeenkomstig het meergebruik aan te passen. Bij niet-afgestemd meergebruik is LUIBL gerechtigd op de overeengekomen huurprijs een toeslag van 10% te vragen. Dit geldt in het bijzonder ook wanneer na afloop van de huurverhouding een overschrijding van de vastgelegde tijden wordt vastgesteld.
1.9. Tenzij anders overeengekomen, gelden alle prijzen exclusief alle in het kader van de huurovereenkomst ontstane kosten (zoals reis- en overnachtingskosten, transportkosten, reiniging, onderhoud, bedrijfsmiddelen, btw, kosten van de jaarlijkse keuring, heffingen en vergoedingen e.d.). Alle wacht-, laad- en lostijden en eventueel ontstane tijden voor instructie over het toestel, montage e.d. zijn ten laste van de huurder. Indien geen vaste vergoeding werd overeengekomen, wordt deze berekend op basis van de werkelijk gemaakte kosten.
1.10. De huur is vooraf zonder aftrek onmiddellijk betaalbaar, tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen. Grondslag voor de berekening van de huur, bijkomende kosten, bijzondere prestaties of afzonderlijke gebruikstijden is de tussen de partijen onderhandelde huurprijs. Eventueel onderhandelde bijzondere voorwaarden verliezen hun geldigheid bij overschrijding van de overeengekomen huurperiode of bij betalingsachterstand van de huurder, en dan gelden de voor het betreffende huurgoed gebruikelijke tarieven. LUIBL is in de genoemde gevallen gerechtigd daarop een toeslag van 10% te vragen.
1.11. De huurder draagt ten belope van de overeengekomen huurprijs – verminderd met de gestelde waarborg – vorderingen op zijn opdrachtgever, in wiens opdracht het huurgoed wordt gebruikt, over aan LUIBL. LUIBL aanvaardt de overdracht hierbij.
1.12. Onderverhuur is de huurder in principe verboden en enkel mogelijk na voorafgaande schriftelijke toestemming van LUIBL. De huurder moet LUIBL daarbij alle gegevens van de beoogde onderverhuur (huurder, locatie, reden van inzet enz.) schriftelijk meedelen.
1.13. De huurder is niet gerechtigd zijn rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst over te dragen aan een derde of het huurgoed ter beschikking te stellen van een derde. 2. Begin en einde van de huurperiode / huurduur / teruggave van het huurgoed / risico 2.1. De huurperiode begint in principe met de overhandiging van het huurgoed aan de huurder, maar uiterlijk bij het begin van de overeengekomen huurperiode. De overhandiging van het huurgoed vindt in principe plaats tijdens de gebruikelijke openingsuren van LUIBL. De dag van ophaling of verzending geldt als huurdag. De huurder draagt het risico voor de periode tussen de overhandiging/levering van het huurgoed en het overeengekomen begin van de huurperiode, voor zover de huurder zich niet uitdrukkelijk schriftelijk tegen een levering vóór het begin van de huurperiode heeft verzet.
2. Begin en einde van de huurperiode / huurduur / teruggave van het huurgoed / risico
2.1. De huurperiode begint in principe met de overhandiging van het huurgoed aan de huurder, maar uiterlijk bij het begin van de overeengekomen huurperiode. De overhandiging van het huurgoed vindt in principe plaats tijdens de gebruikelijke openingsuren van LUIBL. De dag van ophaling of verzending geldt als huurdag. De huurder draagt het risico voor de periode tussen de overhandiging/levering van het huurgoed en het overeengekomen begin van de huurperiode, voor zover de huurder zich niet uitdrukkelijk schriftelijk tegen een levering vóór het begin van de huurperiode heeft verzet.
2.2. De kortste huurperiode bedraagt één dag. Voor bepaalde huurgoederen gelden bepaalde minimale huurperiodes. Bij onderschrijding van de in de overeenkomst vermelde minimale huurduur kan de verhuurder een procentuele toeslag op de huurprijs vragen of de huurprijs voor de volledige vermelde minimale huurduur vorderen. Werd in een overeenkomst geen concrete contractduur overeengekomen, dan kan de huurovereenkomst door beide partijen met inachtneming van de respectieve opzegtermijn worden opgezegd. De gewone opzegging is toegelaten, (1) wanneer de huur per dag wordt berekend, op elke dag tegen het einde van de volgende werkdag; (2) wanneer de huur per week wordt berekend, uiterlijk 3 dagen vóór het einde van een afrekeningsweek; (3) wanneer de huur per maand wordt berekend, uiterlijk 2 weken vóór het einde van een afrekeningsmaand. De huurder moet het einde van de huurperiode zelfstandig controleren.
2.3. Bij overschrijding van de overeengekomen huurperiode of bij ingebruikname vóór het overeengekomen begin van de huur is de huurder voor elke kalenderdag de overeengekomen of volgens punt 1.6. te berekenen dagelijkse huur verschuldigd. Is de huurperiode in weken of maanden overeengekomen, dan geldt de daaruit te berekenen dagelijkse huurprijs. Wordt het huurgoed zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van LUIBL vóór het einde van de huurperiode teruggegeven, dan blijft de huurder tot betaling van de volledige huur verplicht.
2.4. Het risico van de huurder eindigt met de correcte teruggave van het huurgoed op het bedrijfsterrein van LUIBL of de ophaling van het huurgoed door LUIBL, maar ten vroegste bij het einde van de overeengekomen huurperiode. De teruggave moet in principe tijdens de gebruikelijke openingsuren van LUIBL gebeuren. Na afloop van de huur is LUIBL gerechtigd de onmiddellijke teruggave van het huurgoed te eisen.
2.5. De huurder is verplicht de voorgenomen teruggave van het huurgoed (afmelding van het huurgoed) min. 48 u vooraf schriftelijk of per mail via [email protected] te melden. Kan de datum om redenen die aan de huurder te wijten zijn niet worden nageleefd, dan wordt de huurperiode verlengd overeenkomstig de ontstane vertraging. Wordt het huurgoed niet op het overeengekomen tijdstip door LUIBL opgehaald, dan is de huurder verplicht de ophaling via een schriftelijk verzoek te vragen. Is de ophaling van het huurgoed door LUIBL overeengekomen, dan zijn de opgegeven ophaaltijden niet bindend, voor zover de partijen niet uitdrukkelijk iets anders zijn overeengekomen. De zorgplicht van de huurder blijft bestaan tot de ophaling van het huurgoed. Voor de periode tussen het einde van de huur en de teruggave/overhandiging van het huurgoed aan LUIBL blijft het risico eveneens bij de huurder.
2.6. Het huurgoed geldt als teruggegeven wanneer het met inachtneming van punt 6.7. volledig (incl. toebehoren, sleutels enz.) op de maatschappelijke zetel van de verhuurder of op een andere tussen de contractpartijen overeengekomen plaats aan LUIBL werd overhandigd. LUIBL verbindt zich ertoe het teruggegeven huurgoed zo snel mogelijk te controleren en een voorlopige schademelding aan de huurder te bezorgen. De huurder kan de voorlopige schademelding ten vroegste één maand na teruggave van het huurgoed vragen. Na het schriftelijke verzoek van de huurder heeft LUIBL voor de toezending van de schademelding 14 dagen tijd vanaf ontvangst van het verzoek. LUIBL blijft echter gerechtigd alle bij de teruggave van het huurgoed aanwezige gebreken en schade op een later tijdstip (uiterlijk na 6 maanden) tegenover de huurder te doen gelden. De huurder draagt in principe de bewijslast dat de vastgestelde schade niet door hem of niet tijdens de huurperiode werd veroorzaakt.
2.7. Tussen het einde van de huur en de teruggave van het huurgoed op het bedrijfsterrein van LUIBL kan een wachttijd van maximaal 5 dagen liggen. Tijdens deze wachttijd blijft de aansprakelijkheid/het risico van de huurder voor het huurgoed bestaan.
2.8. Bij ophaling van het huurgoed door LUIBL moet het huurgoed in transportklare staat, op vlakke grond en goed toegankelijk voor de vervoerder ter beschikking worden gesteld. Is dit niet het geval, dan is LUIBL gerechtigd een onmiddellijk opeisbare contractuele boete van 250,00 EUR te vorderen, onverminderd het recht om in plaats daarvan de werkelijk ontstane schade te doen gelden. De huurder mag aantonen dat er geen of een wezenlijk kleinere schade dan het forfait is ontstaan.
2.9. Onverminderd de voorgaande bepalingen is LUIBL na afloop van de huurperiode gerechtigd het huurgoed te allen tijde bij de huurder of een derde op te halen en daartoe het terrein van de huurder/derde te betreden en met transportvoertuigen te berijden. Dit geldt in het bijzonder wanneer de huurder of derde niet ingaat op het verzoek tot teruggave van LUIBL of wanneer verlies/achteruitgang van het huurgoed dreigt. De kosten van de ophaling zijn in elk geval ten laste van de huurder.
3. Terbeschikkingstelling van het huurgoed / melding van gebreken / leverdatum / gedeeltelijke levering
3.1. LUIBL stelt het huurgoed voor de duur van de overeengekomen huurperiode ter beschikking van de huurder. LUIBL is gerechtigd het huurgoed tijdens de overeengekomen huurperiode te vervangen door een vergelijkbaar ander huurgoed, voor zover het huur- of gebruiksdoel van het huurgoed daardoor niet wordt aangetast.
3.2. LUIBL moet het huurgoed aan de huurder in onberispelijke, bedrijfsklare staat (in het bijzonder ook volgetankt of opgeladen) en met de volgens het Duitse recht voor de werking vereiste documenten ter beschikking stellen. De betreffende documenten worden in principe in de Duitse taal overhandigd. De plaats van overhandiging moet voor het transportvoertuig goed bereikbaar zijn. In het bijzonder moet de ondergrond geschikt zijn voor het veilig lossen van het huurgoed. Eventuele meerkosten in verband met de overhandiging van het huurgoed zijn ten laste van de huurder.
3.3. Het risico gaat over op de huurder bij de ophaling of, bij overeengekomen levering, bij de verzending van het huurgoed. De huurder is gerechtigd het huurgoed vóór het begin van de huur te bezichtigen en op eventuele gebreken te onderzoeken, voor zover het huurgoed zich op het bedrijfsterrein van LUIBL bevindt. De kosten van een eventueel onderzoek zijn ten laste van de huurder.
3.4. De huurder moet ervoor zorgen dat een voor de ontvangst van het huurgoed bevoegde persoon op de overeengekomen lever-/ophaaldatum ter plaatse is. LUIBL is gerechtigd van een door de huurder aangestelde persoon een bewijs van ontvangstbevoegdheid (volmacht e.d.) te vragen. Indien de aangestelde de ontvangstbevoegdheid niet kan aantonen, heeft LUIBL het recht het huurgoed achter te houden tot het bewijs wordt voorgelegd. De hieruit ontstane kosten zijn ten laste van de huurder. In het bijzonder is LUIBL gerechtigd de ontstane vertraging reeds als huurperiode met de overeenkomstige dagelijkse huurprijs aan te rekenen.
3.5. Zichtbare gebreken die het huurdoel niet onaanzienlijk aantasten, kunnen niet meer worden gemeld indien ze niet onmiddellijk, maar uiterlijk 24 u na het onderzoek door de huurder bij LUIBL werden gemeld. Alle bij de overhandiging aanwezige – ook niet-aanzienlijke – gebreken moeten onmiddellijk, maar uiterlijk 24 u nadat de huurder er kennis van kreeg, bij LUIBL worden gemeld. De gebreken of het ontbreken van gebreken moeten na onderzoek van het huurgoed op de vrachtbrief of de leveringsbon worden vermeld. Ontbreekt de vrachtbrief of leveringsbon, dan moet de toestand van het huurgoed schriftelijk worden vastgelegd op een voor controle geschikt document en worden ondertekend door de voor de ontvangst van het huurgoed bevoegde persoon. De huurder moet als bewijs van de gebreken foto's maken waarmee de opnamedatum en het tijdstip kunnen worden aangetoond. Een ontbrekend bewijs komt ten laste van de huurder. De melding van de schade moet verplicht via het e-mailadres [email protected] gebeuren.
3.6. Tijdig gemelde gebreken moeten door LUIBL onmiddellijk worden verholpen. Het herstel kan na voorafgaand overleg met LUIBL ook door de huurder worden uitgevoerd; in dat geval draagt LUIBL ook de kosten van het herstel. Het herstel kan ook gebeuren doordat LUIBL de huurder een vergelijkbaar vervangtoestel (zie punt 3.1.) ter beschikking stelt. De betalingsverplichting van de huurder is opgeschort tijdens de periode van het herstel of tot de terbeschikkingstelling van het vervangtoestel.
3.7. Voor zover in de huurovereenkomst of de opdrachtbevestiging van LUIBL een leverdatum werd vermeld, is deze niet bindend. Door de vermelding van een leverdatum wordt in het bijzonder geen relatieve of absolute termijntransactie (Fixgeschäft) in de zin van § 275 BGB overeengekomen.
3.8. LUIBL is gerechtigd de opdracht in delen te leveren. Meerdere leveringen kunnen afzonderlijk worden gefactureerd.
4. Annulering van de opdracht / ontbinding / opzegging
4.1. De huurder is gerechtigd de opdracht tot 10 dagen vóór de afname-/leverdatum geheel of gedeeltelijk te annuleren. Na afloop van de voornoemde termijn is een annulering van de opdracht niet meer mogelijk. De huurder is dan de tot het einde van de huur overeengekomen totaalprijs verschuldigd, tenzij de huurder een kleinere ontstane schade aantoont.
4.2. In geval van annulering tot 10 dagen vóór de afname-/leverdatum behoudt LUIBL zich het recht voor de huurder een annuleringsvergoeding aan te rekenen, die wordt bepaald naargelang het tijdstip van de annulering als volgt:
(1) Indien de annulering tot de 30e dag vóór de afname-/leverdatum plaatsvond, is een annuleringsvergoeding van 60 % van het netto-opdrachtvolume verschuldigd.
(2) Indien de annulering tussen de 29e en de 15e dag vóór de afname-/leverdatum plaatsvond, is een annuleringsvergoeding van 70 % van het netto-opdrachtvolume verschuldigd.
(3) Indien de annulering tussen de 14e en de 10e dag vóór de afname-/leverdatum plaatsvond, is een annuleringsvergoeding van 80 % van het netto-opdrachtvolume verschuldigd.
De huurder behoudt het recht het bewijs van een kleinere ontstane schade te leveren.
Is de huurduur niet concreet overeengekomen, dan wordt het netto-opdrachtvolume berekend op basis van de maximaal overeengekomen duur (voorbeeld: is als huurduur “ca. 4 – 6 weken” vermeld, dan wordt het opdrachtvolume berekend op basis van een huurduur van 6 weken). Bij een huurduur van onbepaalde tijd bedraagt deze periode 2 maanden.
4.3. Een ontbinding van de huurovereenkomst of een opzegging vóór het einde van de huurperiode is niet toegelaten, tenzij deze berust op redenen die uitsluitend aan LUIBL te wijten zijn.
4.4. Een voor een bepaalde huurperiode gesloten huurovereenkomst is voor beide partijen onopzegbaar. Hetzelfde geldt voor de minimale huurperiode in het kader van een voor onbepaalde tijd gesloten overeenkomst. Na afloop van de minimale huurperiode kan de huurder de voor onbepaalde tijd gesloten overeenkomst volgens de wettelijke bepalingen opzeggen. De punten 2.2 en 2.5. gelden overeenkomstig.
4.5. LUIBL is gerechtigd de overeenkomst zonder inachtneming van een opzegtermijn op te zeggen, wanneer (1) de huurder wijzigingen aan het huurgoed aanbrengt of het niet voor het beoogde gebruik of op een andere plaats gebruikt; (2) de huurder meer dan 14 dagen in gebreke is met de betaling van een opeisbaar bedrag; (3) voortdurend in strijd handelt met verplichtingen uit punt 6; (4) na het sluiten van de overeenkomst te voorzien is dat de huurder niet in staat zal zijn zijn betalingsverplichting na te komen (in het bijzonder bij insolventie); (5) de huurder anderszins schuldig in strijd handelt met een wezenlijke bepaling van deze overeenkomst.
In deze gevallen kan LUIBL de onmiddellijke teruggave van het huurgoed eisen, het op kosten van de huurder laten ophalen en anderszins over het huurgoed beschikken. De uit de huurovereenkomst voortvloeiende aanspraken van LUIBL blijven bestaan.
5. Waarborg
5.1. Voor de terbeschikkingstelling van het huurgoed kan LUIBL het stellen van een huurwaarborg eisen. Het bedrag van de waarborg wordt bij het sluiten van de huurovereenkomst vastgelegd. De waarborg dient ter zekerheid van alle uit de contractuele verhouding voortvloeiende aanspraken. De waarborg moet worden gesteld volgens de bepalingen in de huurovereenkomst of opdrachtbevestiging, maar uiterlijk bij de overhandiging van het huurgoed. LUIBL is niet verplicht de waarborg op een afzonderlijke rekening te storten. De waarborg wordt door LUIBL terugbetaald wanneer de huurder alle verplichtingen uit de huurverhouding is nagekomen en het huurgoed in behoorlijke staat aan LUIBL werd teruggegeven.
5.2. De vereffening van huurvorderingen door de huurder met de waarborg is uitgesloten.
5.3. Wordt de waarborg niet tijdig gesteld, dan is LUIBL gerechtigd de huurovereenkomst te ontbinden en eventueel vergoeding van de daardoor ontstane schade te vorderen. Voor het overige kan LUIBL de uitvoering van de huurovereenkomst afhankelijk maken van het stellen van de waarborg.
5.4. Bij verlenging van de overeengekomen huurduur is LUIBL gerechtigd een aanpassing van de waarborg te eisen en de verlenging van de overeenkomst daarvan afhankelijk te maken.
6. Verplichtingen van de huurder / schadevergoedingsplicht / totaal verlies
6.1. De huurder is verplicht het huurgoed overeenkomstig de gebruiksvoorschriften en het huurdoel te behandelen, correct te gebruiken en enkel op de overeengekomen standplaats/inzetplaats in te zetten. De huurder mag het huurgoed niet buiten de overeengekomen locatie gebruiken of zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van LUIBL naar een andere dan de overeengekomen locatie overbrengen. Een inbreuk op deze verplichting heeft het verlies van een eventueel bestaande verzekeringsdekking tot gevolg.
6.2. De huurder moet het huurgoed beschermen tegen overbelasting en de voorschriften inzake ongevallenpreventie en arbeidsbescherming evenals alle verkeersvoorschriften te allen tijde zorgvuldig naleven. Daartoe behoort in het bijzonder ook het huurgoed te gebruiken met de volgens de gebruiksaanwijzing voorgeschreven bedrijfsstoffen (AdBlue, smeermiddelen, oliën, koelvloeistoffen e.d.) en de betreffende peilen te controleren. De huurder draagt hiervoor tijdens de huurduur de kosten. In de wintermaanden (november tot en met maart) moeten de toestellen met winterdiesel worden gebruikt.
6.3. De huurder zorgt er bovendien voor dat alle met de bediening van het huurgoed belaste personen persoonlijk en volgens hun opleiding (vereiste leeftijd, rijbewijs, getuigschriften, technische kennis, in het bijzonder bedieningsattest voor de betreffende machine enz.) geschikt zijn om de voorgaande verplichtingen na te komen. Een inbreuk op deze verplichting heeft het verlies van een eventueel bestaande verzekeringsdekking tot gevolg. Eventuele wettelijke voorschriften (zoals die van de Berufsgenossenschaft) voor de bediening van de verhuurde machines moeten verplicht worden nageleefd (PBM-gordelplicht, stabiliteit e.d.).
6.4. De huurder is verplicht alle schade aan het huurgoed onmiddellijk, uiterlijk 24 uur nadat hij kennis kreeg van de schade, aan LUIBL te melden en de betreffende instructies van LUIBL af te wachten. In principe moeten alle noodzakelijke herstellingen door LUIBL worden uitgevoerd of schriftelijk worden goedgekeurd. Het huurgoed moet op eerste verzoek voor inspecties ter beschikking van LUIBL worden gesteld en er moet te allen tijde onbelemmerde toegang tot het huurgoed worden verleend. De kosten van herstellingen die niet aan LUIBL te wijten zijn, zijn ten laste van de huurder. Punt 7.2. moet in acht worden genomen.
6.5. In geval van schade moet de huurder LUIBL onmiddellijk schriftelijk op de hoogte brengen van de omvang, het verloop en de betrokkenen/verantwoordelijken. Bij diefstal, opzettelijke beschadiging door derden of verkeersongevallen moet de huurder onmiddellijk aangifte doen bij de politie en LUIBL daarvan een bewijs bezorgen.
6.6. De huurder moet passende maatregelen nemen om het huurgoed te beschermen tegen weersinvloeden, tegen onbevoegde toegang door derden (diefstal, beschadiging e.d.) en tegen andere aantastingen. De huurder is in het bijzonder verplicht het huurgoed af te sluiten en indien mogelijk met bijkomende maatregelen (binnen stallen, vastketenen enz.) te beveiligen. Een inbreuk op deze verplichting heeft het verlies van een eventueel bestaande verzekeringsdekking tot gevolg.
6.7. De huurder moet het gehuurde goed in onbeschadigde, gereinigde, bedrijfsklare en volgetankte/opgeladen staat aan LUIBL teruggeven. Wijkt de staat om redenen die aan de huurder toe te rekenen zijn hiervan af, dan is LUIBL gerechtigd de contractueel overeengekomen staat op kosten van de huurder te herstellen. Bovendien is de huurder de overeengekomen huur per dag verschuldigd tot de correcte staat is hersteld en het gehuurde goed opnieuw inzetbaar is.
6.8. Bij ruwe werkzaamheden moet het toestel voldoende worden afgedekt en in het bijzonder tegen beschadigingen worden beschermd. Dit geldt in het bijzonder voor schilder-, las- en reinigingswerkzaamheden. Zandstralen is principieel verboden.
6.9. Indien een herstelling feitelijk en economisch mogelijk is, is de huurder verplicht de herstellingskosten op factuur aan LUIBL te vergoeden. Is het herstel van de contractueel overeengekomen staat feitelijk onmogelijk of economisch onredelijk, of in geval van diefstal/verlies, dan moet de huurder de vervangingswaarde van het gehuurde goed tegen de reguliere marktprijs vergoeden. LUIBL is als alternatief gerechtigd het waarderingsrapport van een officieel aangestelde en beëdigde deskundige voor de waardering van werkmachines als basis voor de schadevordering te nemen. LUIBL is bovendien gerechtigd tot de vervanging door een vervangtoestel een gebruiksderving per dag ter hoogte van de dagelijkse huurprijs te vorderen.
6.10. Kosten in verband met bijzondere vergunningen of overheidstoelatingen voor de inzet van het gehuurde goed zijn in elk geval ten laste van de huurder. De huurder moet alle vergunningen zelfstandig aanvragen. Dit geldt ook wanneer het gehuurde goed op het privéterrein van een derde wordt ingezet. In dat opzicht vrijwaart de huurder LUIBL tegen alle vorderingen van derden.
6.11. Bij verhuur naar het buitenland draagt de huurder de uitsluitende verantwoordelijkheid ervoor dat voor de inzet van het gehuurde goed de vereiste vergunningen volgens de respectieve nationale voorschriften aanwezig zijn. De kosten hiervoor zijn in elk geval ten laste van de huurder. De machines van LUIBL worden regelmatig in het kader van de Duitse UVV-keuring gekeurd. Verdergaande keuringen, in het bijzonder volgens buitenlands recht, worden door LUIBL niet uitgevoerd.
6.12. De huurder is niet bevoegd zijn rechten en verplichtingen uit het huurcontract zonder schriftelijke toestemming van LUIBL aan een derde over te dragen of af te staan.
6.13. De eigendomsaanduidingen op het gehuurde goed mogen noch verwijderd noch op enige wijze onherkenbaar gemaakt worden. De huurder moet alle reclame (opdrukken e.d.) van LUIBL op het gehuurde goed dulden, voor zover het beoogde gebruik daardoor niet wordt beperkt. De huurder mag geen andere reclame of opdrukken op het gehuurde goed aanbrengen. Bij inbreuken door de huurder is LUIBL gerechtigd een onmiddellijke contractuele boete van 250,00 EUR te vorderen. De huurder kan een geringere schade aantonen. LUIBL is in plaats daarvan gerechtigd de correcte staat (tot en met een nieuwe lakafwerking van het toestel) op kosten van de huurder te herstellen. Daarnaast kan LUIBL de vergoeding van verdere schade (door reclameverlies e.d.) vorderen.
6.14. In geval van een grootschalige stroompanne (zgn. black-out) op de inzetplaats van het gehuurde goed wordt de huurder niet ontslagen van de verplichting tot betaling van de overeengekomen huurprijs. Hetzelfde geldt wanneer het bij de huurder door leveringsknelpunten e.d. tot een werkonderbreking komt. Dergelijke uitvallen vallen uitsluitend binnen de risicosfeer van de huurder.
7. Onderhoud en controle / Herstelling / Storing / Huurprijsvermindering / Telemetrie / Track-and-tracesysteem
7.1. De huurder draagt alle kosten van het dagelijkse onderhoud die tijdens de huurperiode ontstaan. Het dagelijkse onderhoud omvat in het bijzonder de controle van de vulpeilen (AdBlue, smeermiddelen, oliën, koelvloeistoffen e.d.) en eenvoudige technische herstellingen (bv. vervanging van lampen, reiniging van filters, bijvullen van bandenspanning). Ontstaat door het gebruik van een verkeerd middel schade aan het gehuurde goed, dan zijn de kosten voor het herstel van deze schade in elk geval ten laste van de huurder.
7.2. Voor zover voor LUIBL meerkosten ontstaan door serviceprestaties in het buitenland, zijn deze meerkosten in elk geval ten laste van de huurder. LUIBL wordt in dat opzicht door de huurder gevrijwaard van de ontstane kosten.
7.3. In afwijking van de verplichtingen in punt 6 moet de huurder herstellingen aan het gehuurde goed onverwijld uitvoeren of door een daartoe gemachtigde derde laten uitvoeren, wanneer deze ter vermijding van een anders grotere schade of wegens dreigend gevaar voor het gehuurde goed absoluut noodzakelijk zijn. Worden bij een niet door LUIBL uitgevoerde herstelling geen originele reserveonderdelen gemonteerd, dan kunnen deze door LUIBL op kosten van de huurder worden vervangen.
7.4. LUIBL zal alle eventueel optredende storingen aan het gehuurde goed zo snel mogelijk verhelpen. LUIBL kan voor het verhelpen van een storing buiten de gebruikelijke kantooruren (op werkdagen tussen 08.00 en 17.00 uur) en op niet-reguliere werkdagen en feestdagen een redelijke toeslag aanrekenen.
7.5. Bij gehuurde goederen waarvan de prijzen per week of per maand worden bepaald en waarvoor met de klant een speciale prijs werd overeengekomen, is de vermindering voor een kortstondige uitval van het gehuurde goed van niet meer dan één week uitgesloten. Bij deze huurcontracten van langere duur is een eigenmachtige huurprijsvermindering door de klant voor korte uitvalperiodes van het gehuurde goed niet voorzien. Voor langere uitvalperiodes die de termijn van een week overschrijden, blijft het recht op vermindering van de klant bestaan. In elk geval is het recht op vermindering in omvang beperkt tot het dagelijkse huurtarief per uitvaldag.
7.6. De gehuurde goederen kunnen door LUIBL vooral om verzekeringsredenen met een track-and-tracesysteem uitgerust zijn. Een track-and-tracesysteem dient om de exacte locatie van het gehuurde goed vast te stellen. Het systeem dient in de eerste plaats om het gehuurde goed bij verlies of diefstal terug te vinden. LUIBL is bovendien gerechtigd met behulp van dit systeem de locatie vast te stellen om het gehuurde goed bij niet-betaling van de overeengekomen huur of bij andere ernstige contractbreuken van de huurder terug te nemen. De huurder bevestigt hierbij dat hij akkoord gaat met de inzet van het systeem gedurende de volledige huurperiode. LUIBL verbindt zich ertoe de verkregen gegevens uitsluitend voor de uitvoering van het contract te verwerken en onverwijld te wissen wanneer er geen gerechtvaardigd belang meer bij het gebruik van de gegevens bestaat. Als gerechtvaardigd belang voor het verzamelen en analyseren van de gegevens geldt ook de controle van de bedrijfsuren van het gehuurde goed.
8. Verzuim van de huurder
8.1. Komt de huurder in verzuim met het afhalen van het gehuurde goed, dan is LUIBL gerechtigd het gehuurde goed anderszins te gebruiken of erover te beschikken. De huurder verliest in dat geval zijn aanspraak op uitvoering van het contract.
8.2. Zijn met betrekking tot het gehuurde goed aankoopopties overeengekomen, dan kunnen deze bij een betalingsachterstand van de huur van meer dan 14 dagen niet meer door de huurder worden uitgeoefend.
8.3. Komt de huurder met de betaling van de huur en/of andere volgens het huurcontract verschuldigde prestaties geheel of gedeeltelijk in verzuim en wordt de achterstand na ontvangst van een aanmaning van LUIBL niet binnen 14 dagen aangezuiverd, dan is LUIBL gerechtigd de haar volgens het contract toekomende prestaties tot de aanzuivering van de betalingsachterstand door de huurder te weigeren of op te schorten. De huurder kan tot de aanzuivering van de betalingsachterstand het verdere gebruik van het gehuurde goed worden verboden. LUIBL is bovendien gerechtigd, ook zonder voorafgaande opzegging, de teruggave van het gehuurde goed te vorderen of het in bezit te nemen en zich door ander gebruik van het gehuurde goed daaruit te voldoen. Punt 2.9. is van overeenkomstige toepassing.
8.4. Alle vorderingen die LUIBL uit het contract toekomen, blijven bestaan. Bedragen die LUIBL binnen de eigenlijke huurperiode door ander gebruik van het gehuurde goed heeft verkregen of had kunnen verkrijgen, worden echter van deze vorderingen afgetrokken.
9. Aansprakelijkheidsschade / Aansprakelijkheid van de verhuurder / Uitsluiting van aansprakelijkheid / Verjaring
9.1. Het aansprakelijkheidsrisico voor de inzet van het gehuurde goed wordt door de huurder gedragen. Hij moet zich dienovereenkomstig verzekeren en is verplicht op verzoek van LUIBL het bewijs van een overeenkomstige verzekering voor de volledige huurperiode te leveren. De huurder vrijwaart LUIBL tegen alle vorderingen van derden en eveneens tegen vorderingen van eigen werknemers van de huurder in verband met de exploitatie van het gehuurde goed, tenzij de schade op een fout van LUIBL berust.
9.2. Bij aansprakelijkheid van LUIBL is het aansprakelijkheidsbedrag beperkt tot directe schade. LUIBL is uitdrukkelijk niet aansprakelijk voor gevolgschade, in het bijzonder indirecte winst- of omzetderving, schade door bedrijfsstilstand, aan derden verschuldigde boetes of vergoedingen, verminderde goodwill of schade veroorzaakt door hulppersonen en/of derden die LUIBL voor de uitvoering van het huurcontract heeft ingeschakeld. Evenmin is LUIBL aansprakelijk voor schade die ontstaat door het niet correct functioneren van apparatuur, software, gegevensbestanden, registers of andere zaken die LUIBL voor de uitvoering van het huurcontract gebruikt.
9.3. Wanneer LUIBL aansprakelijk is voor schade die de huurder lijdt door een aan LUIBL toe te rekenen tekortkoming wegens schending van een contractuele verplichting, staat LUIBL voor deze schade in, evenwel slechts tot het bedrag dat in het betreffende geval door de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van LUIBL zou worden uitgekeerd.
9.4. Het aansprakelijkheidsbedrag is in geval van aansprakelijkheid wegens verzuim van LUIBL beperkt tot het bedrag van de voor elke werkdag overeengekomen dagelijkse huur.
9.5. Andere aansprakelijkheidsvorderingen van de huurder zijn uitgesloten. Deze uitsluiting van aansprakelijkheid geldt niet
(1) voor schade van de huurder of van de in de beschermingssfeer van het contract opgenomen derden die voortvloeit uit letsel aan het leven, het lichaam of de gezondheid;
(2) voor andere schade van de huurder of van de in de beschermingssfeer van het contract opgenomen derden die berust op een grof nalatige of opzettelijke plichtsverzuim van LUIBL;
(3) in geval van wettelijk dwingende aansprakelijkheidsgronden, in het bijzonder volgens de Duitse productaansprakelijkheidswet (Produkthaftungsgesetz);
(4) in geval van het verlenen van een garantie door LUIBL.
9.6. Bovenstaande uitsluitingen/beperkingen van aansprakelijkheid gelden overeenkomstig ook voor vorderingen tegen werknemers en uitvoeringsagenten van LUIBL.
9.7. De vorderingen van een professionele klant verjaren twaalf maanden na het ontstaan van de betreffende vordering. Deze verkorting van de verjaringstermijn geldt niet
(1) voor schade van de huurder of van de in de beschermingssfeer van het contract opgenomen derden die voortvloeit uit letsel aan het leven, het lichaam of de gezondheid;
(2) voor andere schade van de huurder of van de in de beschermingssfeer van het contract opgenomen derden die berust op een grof nalatige of opzettelijke plichtsverzuim van LUIBL;
(3) in geval van wettelijk dwingende aansprakelijkheidsgronden, in het bijzonder volgens de Duitse productaansprakelijkheidswet (Produkthaftungsgesetz);
(4) in geval van het verlenen van een garantie door LUIBL.
10. Aansprakelijkheid van de huurder / Eigen verzekering / Bewijsplicht / Aansprakelijkheidsverzekering / Machinebreukverzekering / Subsidiaire dekking
10.1. De huurder is aansprakelijk voor het bedrijfsrisico dat van het gehuurde goed uitgaat, voor zover dit niet te wijten is aan een aan LUIBL toe te rekenen gebrek van het gehuurde goed. Voor schade aan het gehuurde goed, verlies of een schending van het huurcontract is de huurder aansprakelijk volgens de algemene aansprakelijkheidsregels. De huurder moet zich, voor zover er geen aansprakelijkheidsverzekering volgens 10.6. bestaat, dienovereenkomstig verzekeren en is verplicht tegenover LUIBL het bewijs van de verzekering voor de volledige huurperiode te leveren door voorlegging van het verzekeringsbewijs (verzekeringspolis) of door een door LUIBL ter beschikking gesteld formulier dat door de verzekeraar ondertekend en afgestempeld moet worden. Voor beschadigingen aan het gehuurde goed zelf draagt de huurder het uitsluitende risico.
10.2. In geval van diefstal/verlies of economisch totaalverlies door beschadiging van goederen van geringe waarde, in het bijzonder kleine toestellen, steigeronderdelen e.d., moet de huurder de vervangingswaarde vermeerderd met een eventuele gebruiksderving vergoeden. De huurder behoudt het recht een geringere opgetreden schade aan te tonen.
10.3. Wordt het gehuurde goed na diefstal of verlies teruggevonden of teruggegeven, dan blijft de huurder verplicht de huurprijs tot de teruggave van het goed te betalen. Een reeds betaalde schadevergoeding van de huurder wordt met dit bedrag verrekend. Een eventueel waardeverlies of beschadigingen aan het goed moeten volledig worden vergoed.
10.4. Wanneer de huurder het schadegeval schuldig heeft veroorzaakt, blijft hij daarnaast verplicht alle andere met het schadegeval verbonden kosten, uitgaven en verliezen te vergoeden, zoals bv. expertise-, terugbrengings- en opruimingskosten, omzet- en winstderving, kosten van rechtsvervolging en wettelijke interesten.
10.5. Voor zover derden tegen LUIBL schadevorderingen wegens personen- of materiële schade instellen die op een fout van de huurder terug te voeren zijn, vrijwaart de huurder LUIBL tegen deze vorderingen.
10.6. Alle voor het wegverkeer ingeschreven motorvoertuigen en de niet inschrijvingsplichtige zelfrijdende werkmachines en heftrucks met een toegelaten maximumsnelheid van meer dan 20 km/u zijn volgens de wettelijke bepalingen tegen aansprakelijkheid verzekerd. Schade aan het gehuurde goed zelf is hierdoor niet gedekt en moet in elk geval door de huurder zelf worden gedragen. De met de aansprakelijkheidsverzekering overeengekomen eigen bijdrage van in elk geval 3.000,00 EUR en bij schade aan bestrate oppervlakken en groenvoorzieningen (bv. planten, grasvelden enz.) van 5.000,00 EUR draagt eveneens in elk geval de huurder.
10.7. Niet inschrijvingsplichtige zelfrijdende werkmachines en heftrucks met een maximumsnelheid tot 20 km/u zijn niet tegen aansprakelijkheid verzekerd. Voor deze huurobjecten draagt de huurder bij schade het uitsluitende risico.
10.8. De huurder is verplicht zijn eigen aansprakelijkheidsrisico te beperken door het afsluiten van een machinebreukverzekering, voor zover schade aan het huurobject zelf niet gedekt is door een eigen verzekering van de huurder die naar aard en omvang minstens gelijkwaardig is aan de machinebreukverzekering. Aard en omvang van de verzekeringsdekking moet de huurder vóór het sluiten van het huurcontract aantonen. Bij het afsluiten van een machinebreukverzekering geldt bij uittreksel het volgende:
(1) De huurder wordt tegenover LUIBL in de omvang van de bij het sluiten van het contract geldende algemene ABMG (Allgemeine Bedingungen für die Maschinen- und Kaskoversicherung von fahrbaren und transportablen Geräten – algemene voorwaarden voor de machine- en cascoverzekering van verrijdbare en verplaatsbare toestellen) van zijn aansprakelijkheid vrijgesteld. Naast de huurder is ook de gerechtigde gebruiker van het gehuurde goed van aansprakelijkheid vrijgesteld.
(2) In het kader van deze machinebreukverzekering wordt een minimale eigen bijdrage van de huurder van 3.000,00 EUR per toestel en per schadegeval overeengekomen. Bij grotere toestellen bedraagt de eigen bijdrage in de regel 5.000,00 EUR tot 10.000,00 EUR. Van deze bedragen kan door een andersluidende afspraak in de orderbevestiging worden afgeweken. Voor de schade die dit bedrag overschrijdt, wordt de huurder in het kader van de verzekering van zijn aansprakelijkheid vrijgesteld.
(3) In geval van diefstal of verlies wordt een eigen bijdrage van 20% van de nieuwwaarde overeengekomen. In geval van diefstal of verlies van een huurobject met een waarde van minder dan 10.000,00 EUR wordt een eigen bijdrage van 3.000,00 EUR overeengekomen. In geval van verduistering wordt in elk geval een eigen bijdrage van 35% van de nieuwwaarde overeengekomen.
(4) In het kader van deze machinebreukverzekering is de huurder ook aansprakelijk wanneer hij of een uitvoeringsagent de schade grof nalatig of opzettelijk heeft veroorzaakt. In deze gevallen vervalt de verzekeringsdekking.
(5) De huurder is evenwel aansprakelijk voor alle opgetreden schade wanneer hij de schade niet tijdig en/of niet volledig en/of met onjuiste gegevens aan LUIBL meldt, of wanneer hij of zijn uitvoeringsagenten de plaats van het ongeval ongeoorloofd hebben verlaten, bij het ongeval hebben afgezien van het inschakelen van de politie of onjuiste gegevens over het verloop van het ongeval hebben verstrekt, voor zover daardoor de gerechtvaardigde belangen van LUIBL worden geschaad en de plichtsverzuim op grove nalatigheid of opzet berust. In geval van grove nalatigheid blijft de vrijstelling van aansprakelijkheid van de huurder behouden wanneer de plichtsverzuim geen invloed heeft gehad op de afhandeling van het schadegeval.
(6) Schade aan banden, vorken of andere aanbouwdelen is uitgesloten van de vrijstelling van aansprakelijkheid.
(7) Buiten de huurperiode optredende beschadigingen aan het gehuurde goed vallen niet onder de vrijstelling van aansprakelijkheid.
(8) De vrijstelling van aansprakelijkheid geldt niet voor zover de schade door een andere verzekering van de huurder is gedekt. Voor zover de huurder in het verzekeringsgeval een vergoeding uit een andere verzekering kan vorderen, gaat deze voor op de prestatieplicht uit de machinebreukverzekering (subsidiaire dekking). Dit geldt ook wanneer een andere derde voor de opgetreden schade moet instaan. De dekking van de schade uit andere verzekeringscontracten van de huurder gaat ook dan voor wanneer deze verzekeringscontracten eveneens een subsidiariteitsclausule bevatten.
(9) Nadere informatie over de vrijstelling van aansprakelijkheid wordt de huurder door LUIBL op verzoek ter beschikking gesteld. Principieel gelden de Allgemeine Bedingungen für die Maschinen- und Kaskoversicherung von fahrbaren und transportablen Geräten (ABMG). Deze zijn ook raadpleegbaar op de website van de Gesamtverband der Deutschen
Versicherungswirtschaft e.V. (GDV). Voor de volledigheid en geldigheid van deze voorwaarden neemt LUIBL geen verantwoordelijkheid.
10.9. De huurder draagt bij schade evenwel alleen
(1) alle schade die ontstaat doordat de bestuurder de schade onder invloed van alcohol en/of drugs heeft veroorzaakt;
(2) zonder uitzondering alle schade aan ondergrondse of bovengrondse leidingen, kabels, kanalen, schachten enz., en de daardoor veroorzaakte gevolgschade;
(3) alle schade die door oneigenlijk gebruik (bv. races, rally's, snelheidswedstrijden, behendigheidsritten enz.) wordt veroorzaakt;
(4) zonder uitzondering het risico van letsel en materiële en immateriële schade van de bestuurder en van eventuele inzittenden;
(5) de schade aan eigendommen en aan andere door de huurder gehuurde toestellen;
(6) alle schade die in het kader van de werkzaamheden aan de zaken van de huurder of van zijn opdrachtgever ontstaat;
(7) alle schade aan de last en/of lading.
11. Toepasselijk recht / Plaats van uitvoering en bevoegde rechtbank / Schriftelijkheidsclausule / Clausule
11.1 Op de rechtsverhouding tussen LUIBL en de huurder is uitsluitend Duits recht van toepassing, voor zover geen dwingende voorschriften zich daartegen verzetten. De contracttaal is Duits.
11.2. Plaats van uitvoering en exclusief bevoegde rechtbank, ook voor vorderingen in de Urkunden- und Wechselprozess (procedure op basis van documenten en wissels), is, voor zover de contractpartner een professionele klant, een publiekrechtelijke rechtspersoon of een publiekrechtelijk afgezonderd vermogen is, voor beide partijen en voor alle vorderingen de hoofdzetel van LUIBL in de Bondsrepubliek Duitsland te Passau.
11.3. Afwijkende of aanvullende bepalingen van dit contract vereisen de schriftelijke vorm. Dit geldt ook voor het afwijken van deze schriftelijkheidsclausule. Mondelinge nevenafspraken bij dit contract bestaan bij het sluiten van het contract niet.
11.4. Indien afzonderlijke bepalingen van dit contract geheel of gedeeltelijk ongeldig of niet afdwingbaar zijn, blijven de overige bepalingen van deze algemene voorwaarden onverlet. De contractpartijen verbinden zich ertoe in dat geval te onderhandelen over een vervangende regeling die juridisch en economisch het dichtst aansluit bij de te vervangen bepaling.
Deel II
Aanvullende bepalingen: Terbeschikkingstelling / Bemiddeling van bedieningspersoneel / Atex / Zekerheidseigendom / Beding ten behoeve van derden
1. Terbeschikkingstelling / Bemiddeling van bedieningspersoneel
1.1. Op verzoek van de huurder kan LUIBL een medewerker voor de bediening en besturing van het gehuurde goed ter beschikking stellen. Dit veronderstelt principieel het sluiten van een afzonderlijk schriftelijk contract. De terbeschikkingstelling van bedieningspersoneel ontslaat de huurder niet van zijn in deel I vastgelegde verplichtingen.
1.2. Bedieningspersoneel van LUIBL mag uitsluitend voor de bediening van het gehuurde goed worden ingezet. De huurder is aansprakelijk voor schade die LUIBL lijdt door een inbreuk van de huurder op deze bepaling.
1.3. Het ter beschikking gestelde bedieningspersoneel is geen uitvoeringsagent van LUIBL en werkt uitsluitend op instructie van de huurder (gebondenheid aan instructies). Een aansprakelijkheid van LUIBL wegens een fout van het bedieningspersoneel is uitgesloten. De huurder is verplicht het bedieningspersoneel in het kader van een passende aansprakelijkheidsverzekering te verzekeren. Voor het overige draagt de huurder de uitsluitende aansprakelijkheid.
1.4. Bij de bemiddeling van bedieningspersoneel mogen de betreffende gehuurde goederen uitsluitend door het ter beschikking gestelde bedieningspersoneel worden bediend. De huurder moet daartoe alle noodzakelijke en redelijke maatregelen treffen.
2. Atex / Materiaal
2.1. LUIBL verzekert dat de gehuurde goederen die onder de “Atex-95-richtlijn” (richtlijn 94/9/EG) vallen, voldoen aan de minimumvereisten van de richtlijn en stelt de huurder de nodige informatie ter beschikking met betrekking tot de na te leven veiligheidskwalificaties.
2.2. De huurder is verantwoordelijk voor de naleving van de voornoemde richtlijn (evenals van de opvolgende richtlijn Atex 2014/34/EU) en van de toepasselijke wettelijke, overheids- en beroepsverenigingsvoorschriften in verband met het omgaan met machines en werktuigen in explosiegevaarlijke omgevingen.
2.3. De huurder draagt in dat opzicht de uitsluitende verantwoordelijkheid en vrijwaart LUIBL volledig tegen alle gevolgen van eventuele inbreuken daarop.
3. Eigendomsoverdracht tot zekerheid / Beding ten behoeve van derden
3.1. De huurder wordt erop gewezen dat de eigendom van het huurobject bij een derde kan liggen. In het bijzonder kan het huurobject ter nakoming van eventuele verplichtingen van LUIBL met betrekking tot de financiering van het huurobject ook aan een derde verpand zijn.
3.2. De huurder verbindt zich ertoe het gehuurde goed op eerste verzoek van de derde (eigenaar/zekerheidseigenaar) aan deze of aan een door deze gemachtigde derde af te geven, zonder dat de huurder zich op een recht op bezit kan beroepen. Met de afgifte vervalt de bestaande huurverhouding. LUIBL is in dat geval gerechtigd de huurder een vervanging voor het afgegeven gehuurde goed aan te bieden. Een eventueel betaald voorschot op de huur moet door LUIBL, berekend vanaf de dag van de teruggave, worden terugbetaald.
3.3. De huurder is verplicht het gehuurde goed voor een bezichtiging ter beschikking te stellen wanneer de eigenaar daarom verzoekt.
© Luibl Rental GmbH